De essentie

Geert Wellens
Geert Wellens

“Simplicity is the ultimate sophistication.” 

(Leonardo da Vinci) 

Het zal misschien wat raar overkomen dat anno 2025 een werk over de gezondheidszorg niet lang blijft stilstaan bij de Covid-crisis die onze wereld tussen 2020 en 2022 in de ban hield. Niet omdat we de ernst van de pandemie voor onze gezondheid, onze maatschappij en onze economie onderschatten of relativeren. Integendeel. We beleefden de ergste gezondheidscrisis van de moderne tijden, met onnoemelijk veel menselijk leed, oversterfte, economische malaise, en financiële rampspoed. En een ongeziene test voor ons gezondheidssysteem en onze gezondheidsmedewerkers. 

In de geschiedenisboeken zal de Covid-periode daarom beschreven worden met een gitzwart randje.  

En toch zullen we binnen enkele jaren deze pandemie ook bestempelen als een soort accelerator van enkele sluimerende evoluties. Een versneller van onderliggende trends die bestonden, maar zonder Corona slechts langzaam hun intrede zouden hebben gemaakt. 

Het menselijk ras heeft zijn beschaving gebouwd op vernuft, vindingrijkheid en creativiteit. Met demarrages die telkens plaatsvonden in de moeilijkste omstandigheden. Oorlogen brachten ons innovatieve technieken en producten. Hongersnood andere teeltwijzen. En pandemieën nieuwe behandelingen en een aangepaste gezondheidszorg. 

We ontwikkelden tijdens de Corona-crisis niet één maar meerdere vaccins tegen het virus. Enkele op basis van traditionele methoden, anderen via nieuwe technieken en grensverleggende, nooit eerder gebruikte methoden. Allen in een tempo dat traditioneel als onhaalbaar en onrealistisch beschouwd werd.  

We omarmden in no time de telegeneeskunde, en consulteren nu artsen en specialisten via digitale kanalen, alsof we nooit anders gewend waren. We leerden in een recordtempo enorm veel over het virus, en wisselden internationaal informatie uit in een sfeer van voorheen onmogelijke samenwerking en solidariteit. 

We kregen door Corona een kleine voorafspiegeling van de toekomst, een bewijs van waartoe de mensheid in staat is, een glimp van de fundamenten van de gezondheidszorg van morgen. 

We gaan versneld terug naar de essentie. Ook een kenmerk van de overgang tussen een crisis en een nieuwe realiteit, tussen de ‘fourth turning’ en de ‘lente’ uit het historisch onderzoek van Neil Howe en William Strauss. Met veel respect voor hoe de organisatie en de financiering van de zorg en de medische sector de voorbije decennia geëvolueerd was. Sinds Wereldoorlog II heeft de medische wetenschap enorme stappen gezet, zijn behandelingswijzen onherkenbaar veranderd en verbeterd, evolueerden levensbedreigende ziekten van fataal naar perfect behandelbaar, kenden we een ongeziene stijging van de verwachte levensduur, en gaven we iedereen toegang tot betaalbare kwaliteitszorg. 

De huidige organisatie en de financiering van de zorg dateren echter uit een periode dat onze maatschappij er totaal anders uitzag. De patiënt is anno 2025 klant en consument geworden. De technologie maakt vandaag in een handomdraai mogelijk wat vroeger veel man- en vrouwkracht en tijd eiste.  

Het systeem is rijp voor een grondige herziening, een make-over. Met respect voor wat goed is en was, en met veel aandacht voor de gewijzigde situatie, andere verwachtingen en nieuwe inzichten en technologieën. 

Zoals NRC-journalist Wouter Van Noort het in zijn wekelijkse Future Affaires-column  kernachtig samenvatte: “Oude instituties en organisaties die de afgelopen decennia de fundamenten van de samenleving vormden -economisch, financieel en politiek- staan ongekend onder druk omdat ze de snelheid van veranderingen niet aankunnen. De woede tegen instituties alleen maar toe te schrijven aan desinformatie, is te makkelijk. Er verschuift extreem veel en dat creëert reële onrust en boosheid. Dat is ook te zien aan de dingen waarmee het wél goed gaat. De opkomst van bitcoin en het feit dat Elon Musk de rijkste man van de wereld werd. Zijn Tesla en bitcoin zeepbellen? Kan, maar een interessanter vraag is: staan bitcoin en Tesla symbool voor een nieuw soort instituties? De wereld kantelt van centraal naar decentraal geleid, van fossiel naar duurzaam, van lineair naar exponentieel, van alleen menselijke naar óók kunstmatige intelligentie (hopelijk gecombineerd met natuurlijke intelligentie). En van een controle- naar een purpose-economie. Dat creëert winnaars en verliezers. 

Van Noort vat de huidige omwenteling samen met de woorden van investeerder Haval Ravikant: Bitcoin is an exit from the Fed. DeFi [decentralized finance] is an exit from Wall Street. Social media is an exit from mass media. Homeschooling is an exit from industrial education. Remote work is an exit from 9 to 5. Creator economy is an exit from employment. Individuals are leaving institutions.” 

Elk scharnierpunt in de geschiedenis, elke grote crisis, brengt de mensheid ook terug naar de essentie. En dat zal ditmaal niet anders zijn. De huidige wereldcrisis zorgt de komende jaren waarschijnlijk voor onheil, spanningen, discussies en polarisering, maar tegelijk ook geleidelijk voor een terugkeer naar waar het echt om gaat, naar het ontwaken uit een dopamine-roes van smartphone-gebruik, clicks, likes en kudos. Van een periode waarin de verpakking belangrijk was naar eentje waar de inhoud terug de hoofdzaak wordt.  

De dopamine-economie verhindert het directe menselijke contact (en de exponentiële fase van gebrek aan sociale interactie door Corona heeft ons dit pijnlijk duidelijk gemaakt) en leidt tot polarisering, aangezien we finaal enkel nog gelijkgestemde meningen toelaten en de dissidenten blokkeren of verketteren.  

Het besef dat het anders kan en moet, groeit. We keren geleidelijk terug naar de ‘basics’. Met ruimte voor medemenselijkheid, verantwoordelijkheidszin en authenticiteit. Waarin er opnieuw aandacht is voor het echte verhaal, gestript van alle theatraliteit en emotie. ‘The narrative’ in zijn puurste vorm, objectief en zonder politieke agenda. 

Ondanks de huidige volatiliteit, spanningen en herschikking van de wereldorde, durven we stellen dat de contouren van een nieuwe tijd zich aftekenen aan de horizon. Als alles onzeker lijkt -zoals in deze pandemie en economische malaise- keren mensen zich bij het nemen van beslissingen en in hun zoektocht naar richting steeds naar wat ze kennen als ‘waar en onveranderlijk’: het doel, de invulling of de zin van alles. 

Of met de meer gebruikte Engelse term: purpose. In de wereld na de ‘endgame’ zal ‘purpose’ of ‘zin’ steeds meer het hart beginnen vormen van menselijke activiteiten, van bedrijven, instellingen en organisaties. En zeker ook van de zorg. 

Het paradigma of -om toch in de trendy termen te blijven- voor maatschappij en zorg zal bestaan uit doel en zin, uit oog en oor hebben voor de realiteit waar alle stakeholders van een organisatie of bedrijf in geloven, en uit een vernieuwde relatie met de lokale gemeenschap en de buurt. 

Fastcompany ziet 6 grote pupose-trends die onze maatschappij kleur zullen geven:  

  • Geloofwaardige authenticiteit die zich bewijst door acties om de zingeving daadwerkelijk na te streven, door een streven naar volledige transparantie en door een systeem van aansprakelijkheid (‘accountability’) 
  • Van ‘story-telling’ naar ‘story-doing’: actie wordt belangrijker dan communicatie. Doe wat je zegt, en zeg dan pas wat je gedaan hebt 
  • Van aandeelhouderswaarde naar stakeholders-waarde: niet alleen meerwaarde creëren voor de aandeelhouders, maar -en vooral- voor de hele maatschappij. 
  • Van bedrijfsstrategie en overheidsbeleid naar een strategie van zingeving 
  • Medewerkers en burgers als motoren van verandering: een politiek leider of CEO die pleit voor zingeving vormt een belofte voor verandering, medewerkers en burgers die zich engageren, vormen de motor van ware verandering 
  • We zijn ons bewust dat we allemaal samen verantwoordelijk zijn voor de toekomst van onze wereld en onze maatschappij. Gedaan met het leven in het heden, we zijn aansprakelijk voor de wereld die we scheppen en achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen 

Al deze principes gelden uiteraard niet alleen voor bedrijven, de politieke wereld en de maatschappij, maar ook voor onze gezondheidszorg. Waar achter de schermen zich enorme aardverschuivingen aan het voltrekken zijn, terwijl het systeem ogenschijnlijk intact blijft. Waar Corona keihard de gebreken blootlegt van het huidige beleid, de structuur, de financiering en de infrastructuur van de gezondheidszorg, hoe goed die destijds ook was opgezet en met hoeveel zin voor solidariteit en vlotte toegankelijkheid die ooit was uitgedacht. 

Een kenmerk van een geschiedkundig scharniermoment is ook dat oude, starre structuren kraken in al hun voegen en verdwijnen, dat nieuwe, frisse initiatieven in de plaats komen, en dat bestaande organisaties die de flexibiliteit hebben om zich aan te passen, overleven.  

Zoals u verder kan lezen, versnelde Corona een aantal onderliggende trends in de gezondheidszorg: de doorbraak van de digitalisering (informatietechnologie, biotechnologie, etc…), het besef van de nood aan preventieve gezondheidszorg, veel meer aandacht voor het geestelijk welzijn als fundamenteel onderdeel van onze gezondheidszorg, een juiste taakverdeling tussen overheid en zorgactoren, en een aangepaste financiering. 

De rode draad doorheen deze ‘disruptie’ moet een fundamenteel ander inzicht zijn van alle actoren over hoe we omgaan met onze gezondheid: elk individu persoonlijk, als maatschappij en vanuit de overheid en vanuit alle spelers in de zorg.  

Om vernieuwing echt op de agenda te krijgen, loont het in disruptieve omstandigheden meestal om alvast de semantiek aan te passen. Niet meer spreken over gezondheid als iets tijdelijks, dat onvermijdelijk overgaat in ziekte en miserie, maar over ‘positieve gezondheid’. Met de nadruk op wat we kunnen doen om gezond mensen gezonder te maken, om zelf gezond te blijven, en om wie toch ziek wordt, te helpen in een licht- en kleurrijke infrastructuur, waar de nadruk op ‘hospitality’ of hotel-achtige gastvrijheid ligt. Met een patiëntgerichte aanpak, waarin de patiënt consument en klant wordt. In het besef dat zelfs de ergste ziekten niet meer dodelijk hoeven te zijn, dat de biotech-revolutie aandoeningen versneld van fataal naar chronisch brengt, dat behandelingen weldra geïndividualiseerd worden, dat afstandsconsultatie ingeburgerd geraakt, en dat sensoren en wearables zelfs de fysieke aanwezigheid in ziekenhuizen in veel gevallen overbodig maken.  

Het positieve nieuws is dat we over alle troeven en bouwstenen beschikken om een nieuwe gezondheidszorg te bouwen. Onze nationale medische kennis en expertise is al top. Met een beetje moed en medewerking van alle stakeholders kunnen we de komende jaren het verschil maken en een gezondheidssysteem uitbouwen dat men ons wereldwijd benijdt. Het volstaat om een aantal keuzen te maken en terug te keren tot de essentie van waar de zorg voor staat: de bevolking gezond houden en gezonder maken, en wie ziek wordt, snel en efficiënt weer beter maken of in staat stellen met een aandoening toch een comfortabel en actief leven te leiden. 

Dat kan in een perfecte samenwerking tussen de ervaring van de oudere generatie artsen, specialisten, beleidsmakers en stakeholders enerzijds, en de vernieuwende inzichten en frisse ideeën van de jonge generatie, om zo de gezondheidszorg aan te passen aan de noden, conventies, verzuchtingen, ambities en idealen van de mens en de maatschappij van morgen. 

De mooiste zaken komen tot stand wanneer deze twee capaciteiten elkaar vinden. Wanneer er dus waardevolle combinatie ontstaat van wat de Amerikaanse socioloog Arthur Brooks ‘fluid intelligence’ en ‘crystallized intelligence’ noemt. Het eerste staat voor de creativiteit, nieuwe inzichten en revolutionaire ideeën van de twintigers en dertigers, het tweede voor wat meestal ‘ervaring’ van de iets oudere generatie genoemd wordt: het vermogen om patronen te zien in gebeurtenissen en data, en daaruit conclusies te trekken. 

Het nieuwe (of beter: het bijgestuurde, vernieuwde) gezondheidssysteem zal ons inziens dus ‘grass root’-initiatieven combineren met het waardevolle en vlot functionerende van het huidige systeem. Maar om volop te kunnen genieten van de nieuwe inzichten van de ‘digital natives’, de millennials, de Generatie-Z en de volgende generaties, is ook een fundamentele bijsturing van ons onderwijs nodig. Deze tekst heeft niet de ambitie om onderwijssysteem te hervormen. Wel staan we graag stil bij twee -in onze ogen- onbegrijpelijke hiaten in de schoolse vorming van nieuwe generaties jongeren. 

We hebben het hier over het ontbreken in alle onderwijshervormingen van de voorbije decennia, en in elke nieuwe editie van de ‘eindtermen’, van twee fundamenten voor een gelukkigere en meer welvarende (in de betekenis van: ‘met meer welzijn voor iedereen’) samenleving: de financiële geletterdheid (‘financial literacy’) en gezondheidsinzichten. 

Met het eerste doelen we op de basiskennis van omgaan met geld, inzicht in de economie en werking van het financiële systeem, en noties van financiële instrumenten. Niet om van iedereen een doorgewinterde belegger te maken, wel om financiële rampen binnen gezinnen te vermijden, en te voorkomen dat malafide adviezen voor levenslange financiële afhankelijkheid en gebrek aan kansen zorgen. 

Dat basiskennis van onze gezondheid geen vast en wezenlijk deel uitmaakt van een secundaire schoolopleiding, is zo mogelijk nog zorgwekkender. De fundamentele inzichten rond de nood aan een evenwichtige en gezonde voeding, de kennis van het eigen lichaam, de voordelen van sport en beweging, hoe te letten op en te werken aan een geestelijk evenwicht, de voordelen van een sterke gezondheid voor de verdere loopbaan, voor ons geluk, voor een stabiele relatie, voor een gelukkig leven: allemaal elementen in de opleiding die ons -zonder enige afbreuk te doen aan de andere vakken- minstens even belangrijk lijken als talen, wetenschappen en andere bouwstenen van een gedegen vorming. 

Het voordeel van een crisis is wel dat alles opnieuw in vraag kan gesteld worden. En dat er ruimte en draagvlak is om terug te keren naar de essentie en de discussie over vele zaken ten gronde te voeren.  

We krijgen de kans na te denken over de gezondheidszorg van de toekomst. In al zijn facetten. We willen ons een beeld vormen van wat de befaamde science fiction-schrijver Herbert Wells een eeuw geleden ‘The Shape of things to come’ noemde in één van zijn boeken. Wells schreef tussen 1895 en Wereldoorlog II een groot aantal futuristische werken, met voorspellingen die af en toe totaal niet uitgekomen zijn, maar vaak griezelig nauwkeurig het leven in de 21ste eeuw schetsen. 

Dit werk heeft de ambitie het debat over de toekomst van onze gezondheidszorg aan te zwengelen. De aanzet te zijn van een brede discussie die leidt tot een gedragen project waarin politiek, zorg én maatschappij samen de fundamenten leggen voor een nieuw/vernieuwd gezondheidssysteem. Net zoals dit gebeurde in de decennia na de tweede wereldoorlog, niet toevallig de vorige ‘lente en zomer’ van de vorige Fourth Turning. 

We durven het zelfs een ethische kwestie en verantwoordelijkheid te noemen. Ethiek is een zeer belangrijke factor (waar vandaag misschien te weinig aandacht voor is) in de aanpak van de huidige crisis, in de evolutie van de (bio)technologie en in hoe we omgaan met het menselijk aspect van de zorg. Maar dé ethische vraag die naar ons aanvoelen te vaak onderbelicht blijft, en eigenlijk bovenaan de politieke agenda zou moeten prijken, is welke gezondheidszorg we willen creëren voor onze kinderen en kleinkinderen. Hoe gaan we de zeer toegankelijke kwaliteitszorg die velen ons benijden, betaalbaar en op peil houden? Zijn we moedig genoeg om onze zorg en de financiering ervan in vraag te stellen en ingrijpend aan te passen, om nog een stukje van de koek over te laten aan onze nakomelingen? 

De vraag stellen, is ze beantwoorden… 

Vragen over onze Care Changers realisaties?

Neem contact op
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief
CareChangers

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor Care Changers en ontvang inspirerende updates over de laatste zorginnovaties

Ik ga akkoord met de privacy policy.

Inschrijven